Zonnestroompanelen in Nederland

duurzaamheid achter de meter

Zonnetoren in South Australia

De regering van de staat South Australia heeft een contract getekend met de firma SolarReserve waarin laatsgenoemde firma alle elektriciteit gaat leveren om alle regeringsgebouwen en -activiteiten in South Australia draaiend te houden. SolarReserve wordt de huisleverancier zogezegd. Het speciale van dit contract draait om twee zaken: 1) SolarReserve gaat de stroom duurzaam opwekken met een zonnecentrale, 2) de contractant gaat straks AU$ 75-78 betalen voor elke megawattuur die SolarReserve met de zonnecentrale levert.

Wat de zonnecentrale betreft: dit wordt een zonnetoren met eromheen spiegels die zonlicht op de toren richten, en een installatie om overschot aan opgewekte energie op te slaan in zout. Om zout vloeibaar te maken moet het worden verhit; als het zout afkoelt kan de vrijkomende energie gebruikt worden om stroom op te wekken. Gesmolten zout is een opslag/buffermethode die elders al in de praktijk wordt toegepast (bv Crescent Dunes, California).  De zonnecentrale krijgt een vermogen van 150 MW en wordt gebouwd vlakbij de plaats waar een gesloten kolencentrale staat (!). Voorgesteld is de naam ‘Aurora’.

Wat de prijs betreft: bij een wisselkoers van 1 AU$ = 65 eurocent betekent dit dus  bij 78 AU$/MWh van  omgerekend 5,1 eurocent per kilowattuur. Dat is een prijs waartegen een gascentrale niet kan concurreren, steenkool ook niet (ca 100 AU$/MWh), laat staan kernenergie. Groot voordeel is ook dat de geplande zonnecentrale veel minder water verbruikt dan een fossiele centrale.

Het unieke van het South Australia project is dat de geleverde stroom in feite baseload is en hiermee het hele zakenmodel van fossiele stroomopwekking torpedeert. In South Australia kan zonnestroom direct met baseload concurreren omdat de zon er bijna 365 dagen per jaar schijnt. Gesmolten zout-buffering doet de rest.

bericht op Reneweconomy.com.au
zie ook de website van SolarReserve

Puls en flux: appels en peren

Ook vandaag scheen de zon heerlijk met zo nu en dan een wolkje. Dat zijn omstandigheden die goed zijn om meetmethoden eens onder de loep te nemen. Aan de hand is het volgende. Ik heb zonnepanelen gericht op het Z-O (o.a. de oorspronkelijke 6 SunPowerpaneeltjes), maar ook zonnepanelen gericht op het zuidwesten en zelfs op het noordwesten, dus aan wat velen beschouwen als de ‘verkeerde’ kant van het huis. Dat is het gegeven. De totale productie van alle zonnepanelen wordt bemeterd met een kWh verzamelmeter. Deze geeft per 5 wattuur stroom die passert een pulsje. De pulsjes worden geteld en leveren de donkerblauwe grafiek van het plaatje. Die grafiek geeft dus in feite geregistreerde productie aan wisselspanning weer, gemeten tussen de omvormers.en de meterkast. De paarse grafiek is het resultaat van gemiddelde momentane lichtintensiteitmetingen met een lichtstroomcel die opgesteld is achter het raam van een dakkapel die zich in het dakvlak bevindt dat naar het Z-O is gericht. Die fotocel zit dus achter glas en krijgt rond 15:00 uur geen direct licht meer omdat de zon dan over de dakkapel heen is. Na 15:00 uur gaat de productie van zonnestroom onverdroten door waarbij de N-W panelen steeeds meer produceren en de Z-O panelen steeds minder.

Het aardige van het vergelijken van de blauwe (puls) en paarse (flux) grafieken is dat, ondanks dat we kijken naar appels vergeleken met peren, toch heel aardig de bijdrage aan de zonnestroomproductie van twee compleet verschillende groepen zonnepanelen te zien is, veel beter dan met alleen een kWh-pulsmeter. Zonnige ochtenden en zonnige middagen dragen prachtig bij aan mijn totale zonnestroomproductie.

Hollen-stilstaan zonnedagje

Vandaag was weer zo’n typsiche Hollandse zomerdag. Het ene moment moet de zonnebril op vanwege de strakke helblauwe zomerlucht terwijl een moment later een flinke plensbui op je neerdaalt. Zulke omstandigheden vertalen zich in enorme verschillen in lichtinval. Met een Arduino microcontrollertje en een sensor die de energie in het  invallende licht meet (de BH1720 lichtflux sensor; eenheid: watt per vierkante meter) is dat allemaal prima te meten. Hier is het overzicht van vandaag. Het enige probleem is dat de sensor achter glas moet vanwege de regen, en dat er een grijsfilter voor de sensor moet worden gezet om overstraling te voorkomen. Een welkome aanvulling aan mijn doe-het-zelf weerstation. Het plaatje is gemaakt via het importeren in een spreadsheet van het logbestand.

Zonsverduistering werpt schaduw vooruit

Op 21 augustus, dus over krap 6 dagen, krijgt een brede strook land in de Verenigde Staten te maken met een totale zonsverduistering. Volgens RenewableEnergyWorld krijgen 1.900 kleinere en grotere zonneparken (plus een onbekend aantal particuliere zonnedaken) te maken met dit fenomeen. Nu liggen de allergrootste zonnestroomgeneratoren in de staten Cailfornië, Nevada en Arizona, d.w.z. buiten het pad van de totale eclips, maar merken gaan ze het. Er zouden 17 grote zonneparken in de strook liggen waar totale zonsverduistering gaat plaatsvinden. In de staten North Carolina en Georgia zou het om 4 GWp vermogen gaan dat er tijdelijk uit gaat. Ik kan me nog herinneren dat er in ons land lichte paniek werd verspreid toen we hier indertijd een piepkleine halve zonsverduistering hadden. In de USA is er geen paniek maar wordt door de elektriciteitsmaatschappijen de situatie scherp in de gaten gehouden. Dat wordt erg interessant. Als ik een Amerikaan was en ik woonde ergens in het gebied van de totale zonsverduistering, and was ik nu als een druk baasje bezig mijn metertjes, loggers, fotoapparatuur en filters te controleren.

Bericht www.RenewableEnergyWorld

Lichtniveau meten

Zonnepanelen zetten energie in zonlicht om in stroom. Ik vind het nuttig en leuk om te meten hoeveel stroom er uit mijn panelen komt, maar in feite loop ik achter de wagen aan. Wat gaat er aan zonlicht de panelen in? Is die hoeveelheid energie te meten? Voor professionele toepassingen is er de pyranometer. Ze worden onder andere aan de man gebracht door een firma met de grappige naam: Hukseflux. Pyranometers zijn vrij complexe, gecalibreerde apparaten, waarvan de meting het hele zonlichtspectrum moet beslaan. Hierom zijn dit soort apparaten behoorlijk prijzig. Niet te doen voor de amateur. Er moet iets anders op gevonden worden. En dat kan in de vorm van zeer goedkope, niet gecalibreerde elektronische lichtintensiteit sensoren. Ik heb zo’n ding laten aanrukken, met de idyllische naam “BH1750“. Het printje is zo groot als een postzegel, en erop zit een lichtgevoelige chip ter grootte van een speldenknop. De sensor wordt aangesloten op een Arduino microcontrollerbordje, men schrijft een scriptje met wat instructies voor de microcontroiller en voilà: lichtmeting. De data uit het sensortje komt is in Lux, en met wat rekenwerk kan men de instralingsenergie berekenen: de hoeveelheid Watt per vierkante meter. Een daar is het om te doen. Niet om wetenschappelijke metingen te verrichten, maar om een vergelijkingsgetal over de dag te hebben hoe het met de energie-instraling staat. Een leuk speeltje! Ik ga er eens mee loggen, en het resultaat komt over een weekje of zo op deze website te staan. Meten = fun.

BH1750 Light Level Sensor datasheet

voor begrippen als lichtsterkte, verlichtingssterkte, lichtenergie, lichtstroom: zie Wikipedia

omrekenen van lux naar watt/m2: zie natuurkunde.nl

China: 24 Gigawattpiek PV erbij in eerste helft 2017

De Chinezen blijven reuzenschreden maken met het installeren van zonnestroom.  De China PV Industry Association (CPIA) publiceerde onlangs een rapport waarin wordt gemeld dat er in het eerste halfjaar van 2017 een hoeveelheid zonnepanelen is geïnstalleerd van liefst 24.400 megawattpiek, ofwel 24,4 GWp. Hiervan zou 17,3 GWp hebben bestaan uit grootschalige zonneparken en 7,1 GWp aan ‘distributed solar’ (op daken van gebouwen e.d.). Men is hard op weg in het land van de pandaberen om het record van 2016 te overtreffen (toen werd er in het hele jaar 34,2 GWp gerealiseerd. Let op: 24,4 GWp aan zonnepanelen produceert op jaarbasis (load factor gesteld 10%) ruwweg evenveel stroom als 6 kerncentrales van het Borssele type (load factor gesteld 90%). Met andere woorden, ondanks het gegeven dat China een van de weinige landen ter wereld is waar nog kerncentrales worden gebouwd, de bouw van dat soort centrales op een laag pitje staat vergeleken met de enorme expansie van zonnestroom.

bron: CleanTechnica

totaal in China geinstalleerd (eind 2017): kernenergie: 33,6 GWe, zonne-energie: 77 GWe, windenergie 149 GWe, kolenstroom 1054 GWe, hydro 332 GWe (bron: world-nuclear.org) – er staan nogal wat windturbines en zonneparken te draaien voor Jan-met-de-kleine-achternaam vanwege capaciteitsproblemen van het hoogspanningsnetwerk)

load factoren voor diverse vormen van energieopwekking: wikipedia

Koepeltjes en zonnepanelen

Het is aardig om zo nu en dan eens ver over de grens van ons bewolkte kikkerlandje te kijken naar zonniger oorden en te zien wat daar gebeurt  En in verre oorden is altijd wel wat aan de hand. Een voorbeeld:  de minister-president van de Indiase deelstaat Rajasthan heeft zonnepanelen op het dak van haar woning laten leggen, als voorbeeld voor de inwoners van haar deelstaat om hetzelfde te doen. In India zijn enorme programma’s gaande om meer zonne-energie van de grond te krijgen, maar ook de daken van Indiase woningen worden niet vergeten. Dit plaatje staat op de website van energyinfrapost.com, een Indiase site, bij een bericht dat er in Rajasthan 468 woningen, overheidsgebouwen en bedrijven zijn met zonnepanelen, met in totaal 88 MWp. In de planning staat 2,3 GWp geaccumulelerde zonneenergie in het jaar 2023. Een vijfjarenplan, dus.

Ik laat het plaatje hier zien omdat de zonnepanelen op het dak van dit gebouw worden geflankeerd door schattige authentieke(?) Indiase torentjes. De welstandscommissie heeft in India andere criteria dan in mijn woonplaats, Leiden, that’s for sure  

bericht: Vasundhara Raje’s Roof Has Solar Panels, So Does 468 Rajasthan families

Minder Broodje @@p dan ik dacht: slecht beveiligde omvormers

Als reactie op m’n blogpost van gisteren schreef Bram PV vanochtend:

“Dat de beveiliging van veel omvormers zwaar tekort schiet, dat is wel zeker. Via Bluetooth met pincode 0000 kan je bv. met de instellingen spelen. Je moet dan wel in de buurt zijn. Ik zie hier de inverter van een van mijn buren en kan daar leuk inkijken.

Gezien deze ervaringen, kun je alleen maar vrezen wat er niet deugt bij omvormers die direct (al dan niet via wifi) aan internet hangen. Dit soort zaken hebben geen prioriteit bij de fabrikanten, pakweg 10 jaar geleden was er ook veel minder aandacht voor cybersecurity. Dat is nu wel anders en het is wachten op de eerste hack.
Omdat PV in NL nog praktisch niets bijdraagt (ik zou het graag anders zien), zijn de gevolgen minimaal, ook al gezien de vele merken en types.
Voor de getroffen eigenaar is het natuurlijk anders.”

Dat moet toch even vastgelegd worden op een hoger niveau dan ‘Disqus-reactieniveau’. Bluetoothcommunicatie is korte-afstandcommunicatie. Als dat zó slecht is beveilkigd kan ik mij voorstellen dat een paar slimme crimineeltjes in een onopvallend autootje door de wijk tuffen, kijken op hun laptopje of er niet ergens een onbeschermde Bluetooth-communicerende omvormer is, even inbreken, omvormer op slot zetten, briefje in de bus gooien dat de eigenaar tegen betaling weer een actieve omvormer krijgt, en dan verder in de wijk pp zoek naar een volgend slachtoffer. Dit is niet zo spectaculair als het plat leggen van de complete Europese stroomvoorziening, maar gewoon mafiose praktijken.

Broodje @@p: lek in beveiliging zonnepanelen

Het was weer smullen vanochtend. Komkommertijd! Op de website van de Telegraaf stond onder het kopje ‘Lek zonnepanelen kan tot stroomuitval leiden‘ een melding dat iemand had ontdekt dat SMA omvormers (‘Sunny Boy’) gevaar liepen te worden gehackt omdat het standaardwachtwoord ‘0000’ zelden wordt aangepast. Kwaadwilligen zouden deze omvormers eenvoudig kunnen uitschakelen.

Dat hiermee de complete stroomvoorziening in Europa gevaar loopt lijkt mij een geval van het met 80 atmosfeer opblazen van een kinderparty-ballonnetje. Het was natuurlijk al gniffelen om het kopje van het Telegraafberich. Alsof alle zonnepanelen zouden lekken. Of u er maar een teiltje onder wilt zetten.

Dan het veiligheidsrisico. Zonnepanelen kunnen niet gehackt worden. De enige elektronica die erin zit zijn een paar diodes. Ik moet de eerste techneut nog tegenkomen die een diode kan hacken. Omvormers kan men wel hacken, namelijk die omvormers die een net-interface hebben. Om überhaupt gehackt te kunnen worden moet een snoodaard bij de omvormer kunnen komen. Dat kan alleen als de omvormer aan het internet hangt, en dan zit er nog altijd een router met een firewall tussen. Verder gaat het alleen om SMA omvormers. SMA is een van de fabrikanten van omvormers, een hele grote weliswaar, maar niet de leverancier van álle omvormers. En de web-interfaces van alle fabrikanten verschillen behoorlijk. Daar heb je heel wat kennis en hack-werk voor nodig.

De kans dat mijn omvormers gehackt wordt om het Europese stroomnetwerk mee plat te leggen lijkt mij nul komma nul. Waar ik me wel druk over maak is dat boosardige lieden een omvormer in gijzeling kunnen nemen om daarna  tegen betaling de aangebrachte blokkade weg te halen. Bescherming hiertegen is niet zo moeilijk: wachtwoord aanpassen of de omvormer van het thuisnetwerk isoleren.

In Duitsland staan omvormers overigens vóór de meter, i.t.t bij ons (hier: achter de meter) Bij de oosterburen is het gevaar van massaal hacken dus een heel stuk groter dan bij ons.

bericht in de Telegraaf, ‘Lek zonnepanelen kan tot stroomuitval leiden

 

Een parel in F, met een sprankje B

Een straatje waar ik graag doorheen wandel in mijn woonplaats (Leiden) is de 4e Binnenvestgracht. Leiden bezit liefst vijf van deze pareltjes. Een enkele (de 5e Binnenvestgracht) heeft nog water; de overige zijn allemaal gedempt. Dat lot heeft ook de 4e ondergaan. Het contrast tussen beide zijden van het straatje is gigantisch. De huisjes aan de noordelijke zijde van de 4e Binnenvestgracht (foto), oorspronkelijk eenvoudige arbeiderswoninkjes, kijken aan tegen hoge saaie muren en achterhuizen van de weelderige patricierswoningen van het Plantsoen. Omdat het Plantsoen pal zuid van de 4e Binnenvestgracht ligt, én omdat de woningen van het Plantsoen letterlijk hoog en droog op oude vestingwallen zijn gebouwd, én nog eens drie verdiepingen hebben, én een majesteitelijk uitzicht hebben op het park en de Zoeterwoudsesingel, is het verschil tussen steenrijk (Plantsoen) en straatarm (Binnenvestgracht) zoals dat in de vorige eeuw geweest moet zijn, heel erg navrant. Belle Epoque op het Plantsoen, proletariersgrauw op de 4e Binnenvestgracht, met alleen een smal stukje water ertussen. Karl Marx zou gesmuld hebben van de situatie. Dat grachtje was nog een open riool ook, waarschijnlijk. De 4e Binnenvestgracht is onderdeel van de Haver- en Gortbuurt. Een aardig verhaal over de geschiedenis van deze buurt en het sociale leven in de eerste helft van de 20e eeuw vindt u op www.onvoltooidverleden.nl.

De foto is genomen op 30 juli j.l rond 14:00 uur. Alleen in de zomermaanden krijgen de voorgevels van de huisjes zonlicht; in de winter is het straatje grauw, vochtig en lichtloos. De patricierswoningen van het Plantsoen slurpen meedogenloos alle licht op.

Dat vermogende mensen weinig om het milieu geven en in het algemeen geen mallemoer geven om duurzaamheid, is welbekend. Dat de grote woningen aan het Plantsoen allemaal een F of G energielabel hebben is dus niet verbazingwekkend. Een notaris geeft nu eenmaal meer om een lekkere sigaar bij een gezellig snorrende kachel dan om steenwol en een warmtepomp. Je zou eigenlijk verwachten dat de huidige bewoners van de Binnenvestgracht, in hun tochtige en vochtige huisjes iets meer duurzaam en energiebewust zouden zijn. Inderdaad. Op Energielabelatlas.nl  vind ik twee woningen aan de 4e Binnenvestgracht met een groen label (energielabele B). Bij een van deze woningen (de hoekwoning, links) pronken zelfs drie zonnepanelen en een zonnecollector op het dak. De rest is nada, F-label. Meer dan de helft van de woningen heeft aan de straatzijde zelfs nog enkel glas. Er zitten hele mooie woninkjes tussen met een schildje “Gemeentelijk Monument”. Dat verklaart veel. Ondanks haar enorm opgeblazen duurzaamheidsambitie is de gemeente Leiden nogal zuinig met het toestaan van structurele verbeteringen aan dit soort huisjes. Maar enkel glas, dat is toch wel zo verschrikkelijk 1972 !