Zonnestroompanelen in Nederland

duurzaamheid achter de meter

Drijvende zonneparken, goed idee?

Er onstond afgelopen week enige deining in het rimpelloze vijvertje van de zonnestroom door het voorstel van het Nationaal Consortium Zon op Water om grote wateroppervlakten vol te gaan leggen met vlotten met zonnepanelen. Het belangrijkste argument is: we moeten snel heel veel meer hernieuwbare energie opwekken dan we al doen. Landbouwgrond is schaars en bovendien noodzakelijk voor het telen van gewassen. Waarom niet drijvende zonneparken. Water zat in ons land, en drijvende zonneparken zijn buitengewoon goed schaalbaar en in te passen in het elektriciteitsnet. Voorgesteld wordt om het baggerdepot De Slufter op de Maasvlakte te voorzien van (uiteindelijk) 100 MWp aan drijvende zonnepanelen. En daar blijft het niet bij. In 2023 voorziet men 2000 hectaren drijvende zonnepanelen.

Er waren nogal wat lieden die meteen te hoop liepen tegen dit plannetje. Onder het mom “de biodiversiteit gaat naar de knoppen” wordt elk plan onmiddelijk afgeserveerd.

Nu bestaat er in ons land al een drijvend zonnepark, namelijk het park dat in 2018 door Groenleven is aangelegd op de zandwinplas locatie Tynaarloo. Er is dus ervaring. En zo vreselijk biodivers zijn zandwinplassen en baggerdeports nou ook weer niet.

Kortom, zo lang er geen drijvende zonnepanelen in natuurgebieden worden geplempt, maar zandwinplasssen, waterbekkens, zijkanalen en afgestoten havens worden gebruikt lijkt mij weinig aan de hand. Biodiversiteit zou wel eens kunnen worden bevorderd doordat het water onder de zonnepanelen wat koeler en donkerder is dan elders op de plas.

in het buitenland bestaat ook al ervaring met drijvende zonnepanelen. Een mooi voorbeeld is het waterreservoir Queen Elizabeth II bij Walton-on-Thames van het Londense waterbedrrijf Thames Water.  Hier is een drijvend zonnepark met 23.046 zonnepanelen (6,33 MWp) dit jaar in gebruik genomen. Zie wwtonline.co.uk.

De boel bij Queen Elizabeth II wordt bij elkaar gehouden met 177 ankers.