Zonnestroompanelen in Nederland

duurzaamheid achter de meter

Hobbel is terug!

Met de ultrazonnige dagen van het moment is loggen een feest. Bijna een jaar geleden knutselde ik een Arduino-pulslogger in elkaar, gevolgd door een fotometerlogger. Ik kan dus als het moet de hele dag met de fotometer de zonneenergie meten die mijn panelen treft, en met de pulslogger zie ik hoeveel supergroene zonnestroom er in in die dag per tijdseenheid is geproduceerd. Nu is het zo dat de fotometer aan de straatkant van mijn woning is gemonteerd (hij ‘kijkt’ richting Z-O) terwijl ik niet alleen zonnepanelen aan de straatkant heb maar ook zonnepanelen op het achterdakvlak, dus richting tuin. Die dakvlakken zijn best steil. De achterdakzonnepanelen zijn op het noordwesten gericht. Toen ik ze kocht verklaarde men mij voor knettergek, want in de wintermaanden, zo tussen 1 november en 15 februari krijgt de achtergevel geen direct zonlicht, liggen de panelen op het NW-dakvlak er voor Jan-met-de-korte achternaam bij en moeten ze het hebben van gereflecteerd zonlicht. Welke idioot legt zonnepanelen richting noordwest? Deze gek dus. En de productie valt enorm mee (55% van de jaarproductie die wordt behaald indien de panelen op het zuiden zijn gericht).

Door de gegevens van de fotometer (rode curve) en de pulslogger (gele curve) over elkaar heen te passen is heel leuk te zien dat eind februari er al behoorlijk wat productie van de panelen van het achterdakvlak begint op te bouwen. De productiehobbel begint zich rond 10 februari af te tekenen, en bereikt in juni haar hoogtepunt. Wordt dus vervolgd. Meten = weten, meten =- fun!