Zonnestroompanelen in Nederland

duurzaamheid achter de meter

In week 5 ging het fout

Al een paar weken geleden bekroop me het vage vermoeden dat er iets niet helemaal goed ging met mijn zonnestroomproductie. Er werd minder geproduceerd dan vorig jaar, dat wil zeggen ook minder dan verwacht met de hoeveelheid zon-uren in overweging genomen. Maar was mijn onderbuikgevoel juist, was er werkelijk minder productie, en als dat zo is, waar zou het probleem kunnen liggen?

Mijn systeem is een lappendeken van allerlei panelen met een bonte rij van micro-omvormers die in de loop van de jaren in dienst zijn genomen. De allereerste paneeltjes dateren van juni 2000, de laatste uit 2012. Voordeel van micro-omvormers is dat nooit alles tegelijk uitvalt. Nadeel is dat een storing niet direct opvalt. Nu houd ik fanatiek de standen bij van diverse opbrengstmeters, dus is het vrij eenvoudig om de productie van deelsystemen in de eerste 4 maanden van vorig jaar uit te zetten tegen dezelfde periode dit jaar. De beste manier hiervoor is om niet de weekproductie maar de voortschrijdende geaccumuleerde productie in grafiek te zetten.

Zo gezegd, zo gedaan. En jawel, bij deze excercitie sprong er meteen een deelsysteem uit: twee Kyocera 135 panelen (geinstalleerd in 2003) die hun stroom leveren aan een Exendis Gridfit 250. In het plaatje zie je een knik in de grafiek rond week 5. In 2019 sukkelt de productie na week 5 door terwijl in 2018 de productie in de volgende weken scherp omhoog ging.

Dus: de omvormer presteerde wel, maar heel matig vergeleken met vorig jaar. Die omvormer moet nagekeken worden en wordt opgestuurd naar de reparateur van de Zonnestroom Producenten Vereniging die aan leden een heel competente reparatieservice biedt. Intussen zorgt een vervangende micro-omvormer (StecaGrid 300; die had ik nog in de kast) ervoor dat de productie weer bergopwaarts gaat. Tussen week 5 en afgelopen week heb ik 20 kilowattuur productie gemist. Dat is het risico van het vak!