Zonnestroompanelen in Nederland

duurzaamheid achter de meter

Land van de rijzende zonnestroom

Zojuist ving ik bericht op dat in Japan tussen 1 april en 31 oktober van het afgelopen jaar een hoeveelheid van 3,995 MWp aan zonnestroompanelen is geplaatst. Dat is in een half jaar 10 x zoveel als we in heel Nederland hebben staan! Weer een bewijs dat met een beetje stimulering een heel eind kan komen. Particulieren hebben van deze toename 870 MWp op hun rekening gekomen, de rest is voor grote spelers. In Japan staat op dit moment ruim 11 GWp aan zonnestroomvermogen. bron: Clean Technica

Gaat minder gas de consument meer kosten?

Het terugschroeven van de gasproductie in Groningen had al veer eerder en om heel andere redenen dan aardbevingsgevaar moeten gebeuren. Immers, gas verbranden = CO2 uitstoten. Het argument dat men beter gas kan stoken dan kolen is relatief, want steenkool wordt voornamelijk ingezet voor het opwekken van elektriciteit, en wel de laatste tijd nogal massaal omdat gas zo duur is. Het milieuargument is in ons land immers ondergeschikt aan de economie. Gas dat niet (voor de staat) voordelig wordt gewonnen in Groningen komt uit Rusland. Gazprom geeft zijn  gas niet voor niets weg. Gas als grondstof wordt dus nog duurder dan het al is. Steenkool wordt voor elektriciteitsboeren nog aantrekkelijker als brandstof voor centrales. De minister van Economische Zaken zal ze geen strobreed in de weg leggen.

Het nú in de grond laten zitten van aardgas is op termijn voor de overheid een goede investering omdat straks als gas écht schaars wordt een kuubje uit Groningen vast het dubbele opbrengt dan vandaag. Als het niet een veelvoud is. Kassa! Alleen even geduld hebben.

Paulus Jansen (SP) merkt in zijn blog op dat een paar miljard kuub aardgas minder helemaal geen probleem hoeft te zijn als we wat zuiniger zijn met aardgas. We gooien en smijten met het kostbare spul alsof het niks is. Hij neemt tapwaterverwarming op de korrel. Een douche kost een halve kubieke meter aardgas. Met z’n allen verdouchen we 15 miljoen maal een halve kuub per dag, maal 365 = 2.737.500.000 kuub. Had iedereen maar een zonneboiler, dan was de helft van die hoeveelheid al gedekt. Geen centje pijn dus. Als die zonneboiolers er maar haddden gelegen, maar dat hebben we collectief laten liggen.

De vraag is: wat nu. Gezien de hardnekkige gewoonte van de overheid om tegenvallers eenzijdig te vertalen in lastenverzwaringen voor burgers zou de gasprijs per 1 juli wel eens een extra heffing kunnen krijgen. Later we zeggen: een Loppersumsolidariteitsheffing. Met de onvermijdelijke BTW er overheen.

naar aanleiding van een blog van Paulus Jansen

Platbelasten die vervuilers!

In een ingezonden brief aan de NRC stellen Evert-Jan Bouvy en Dick Butijn dat het nodig is een heffing in te voeren te betalen door leveranciers van zonne- en windenergie. Reden tot invoering van zo’n heffing zou zijn dat de stroomvoorziening met wind- en zonne-energie niet voorspelbaar is er dure gascentrales stand-by moeten staan om op wind- en zonloze dagen de elektriciteitsvoorziening te garanderen. Het principe “de vervuiler betaalt” wordt voor dit snode plannetje opgevoerd.
Moet je nagaan! De bijdrage van duurzame energie is nog geen 4% van de nationale elektriciteitsvoorziening (zon 0,1%) en de heren maken zich op om de duurzame energiesector een extra belastingdreun te verkopen om geld door te schuiven naar energieboeren om hun gascentrales in bedrijf te houden. We leven op dit moment in een situatie dat kolencentrales op volle toeren staan te draaien omdat kolen zo goedkoop zijn, terwijl energieboeren hun gascentrales bij voorkeur stationnair laten draaien omdat gas zo duur is. Wie vervuilt er nu eigenlijk en wie zou er dik belast moeten worden? Energieboeren met hun smerige kolenfikkende en CO2 uitbrakende centrales of ik en mijn medeburgers met mijn paar CO2 loze zonnepaneeltjes. Ik haal liever duizend keer diep adem boven mijn zonnepanelen dan boven een schoorsteen van een kolencentrale. Zegt u het maar. Ik stel voor dat de heren Bouvy/Butijn snel inpakken en héél misschien terug mogen komen met hun volstrekt fantastische idee zodra de bijdrage van zonne- en windstroom boven de 30% uit gaat komen. In Duitsland, Denemarken en Spanje gaat het namelijk crescendo met duurzame energie en hier niet. En valt de stroom daar vaker uit dan bij ons?
Komisch is dat op de pagina van de NRC naast het droogkomische voorstel van Bouvy/Butijn een ingezonden stukje staat van Mark Beumer waarin wordt vastgesteld dat de fossiele sector vergeleken met de duurzame sector in Nederland per inwoner op 249 euro subsidie kan rekenen (n.a.v. het windmolens-draaien-op-subsidie-stukje van Hans Wiegel eerder afgelopen week in NRC – Hans kan er ook wat van!).
bron: NRC-Weekend, katern Opinie, zaterdag 18 januari 2014

Deze veteraan doet het nog perfect

pharox_veteraanHet zijn met name de led-spotjes waarvan er exemplaren sneuvelen. Alle grote led-lampen die ik in de loop der tijd heb aangeschaft doen het [mog steeds] prima. Op het plaatje ziet u de allereerste led-lamp met E27 schroeffitting die op de markt verscheen, de Pharox van Lemnis (2007). Indertijd was dat toch een revolutionaire lamp. Opgenomen vermogen slechts 5W, een behoorlijke blindstroom en volgens de fabrikant met een lichtopbrengst gelijk aan die van een 60W gloeipeer. Dat laatste was een beetje overtrokken, eerder gelijk met een 25W lamp. Zuinig is hij in ieder geval. “Branden” doet hij met een merkwaardige lichtkleur. Ik heb het vermoeden dat grote led-lampen hun warmte beter kwijt kunnen dan de kleine spotjes waarin de behoorlijke warmte die een led toch opwekt noodgedwongen op een heel klein klein plekje is geconcentreerd.

Bah, ledspotje stuk, niks lange levensduur

ledlampje_stukEen van de zaken waarmee producenten graag hun led-waren aan de man brengen is de veronderstelde zéér lange levensduur van ledlampjes. Mijn ervaring met lange led-levensduren is echter maar zo-zo. ik heb lampes gehad die al na een week er de brui aan gaven. Er zijn zegge en schrijve twee lampjes van het hele repertoire,  én de bij IKEA gekochte Dioder ledlampjes die het sinds de aanschaf nog steeds onverschrokken blijven doen (nu ca 6 jaar). De snel kapot gaande ledlampjes waren meestal heel goedkope dingen, gekocht bij de bouwmarkt. Men leert door schade en schande, dus gaat men naar de speciaalzaak. De ledlampjes die daar vandaan komen zullen écht wel héél lang meegaan. Nou, eh, nee dus. De lampjes die u ziet zijn vervangers van peperdure 12V GU 5.3 led-spotjes die ik in 2007 had aangeschaft maar die het na 5 jaar vrij regelmatig branden wel voor gezien zagen en ermee kapten (even rekenen: 5×365 dagen x 4 uur = 9.125 uur, vakanties afgetrokken = 9.000 branduren. Dat is niet de 50.000 uur die de fabrikant mij had voorgespiegeld. De spotjes op de foto zijn van de tweede generatie, en ze waren net begonnen aan hun 2e brandjaar. De rechter ging zwakker en zwakker branden en overleed. Morsdood. Ik heb hem uit nieuwsgierigheid opengepeuterd. Branduren: 1 x 365 x 4 uur = 1.460 uur. Conclusie: dit lijkt mij iets voor TROS-Radar. Fabrikanten stellen de levensduur van ledlampen veel te rooskleurig voor. Hebt u ook dat gevoel?

Supergroen gras met tóch een verdacht bruin tintje.

Het gras bij de buurman is meestal groener, maar hier komt erg veel groen tevoorschijn, stekeblind word je er bijna van. In de publikatie Z24 stond gisteren het volgende berichtje over de situatie in Duitsland met betrekking tot de opwekking van elektriciteit in 2013. Duitse Bundesverband der Energie- und Wasserwirtschaft (BDEW) maakte vandaag bekend dat in 2012 het aandeel van duurzame energie in de elektriciteitsproductie 22,8 procent bedroeg. Windenergie was de belangrijkste bron van duurzame energie met een aandeel in de totale stroomproductie van 7,9 procent, gevolgd door biomassa (6,8 procent), zonne-energie (4,5 procent), waterkracht (3,4 procent) en huisafval (0,8 procent).
So far so good. Groen, groener, groenst. Zon draagt daar 4,5% bij aan de nationale elektriciteitsproductie! Hier in Nederland kunnen wij daar in de verste verte niet aan tippen. Helaas wordt de vreugde wat getemperd, want het bericht vervolgt met: “Het aandeel van aardgas zakte naar 10,5 procent, van 12,1 procent een jaar eerder. Kernenergie was goed voor 15,4 procent, van 15,8 procent. De belangrijkste opwekker van elektriciteit in Duitsland was bruinkool met een aandeel van 25,8 procent, van 25,5 procent een jaar eerder. Steenkool zorgde voor 19,7 procent van de stroomproductie, tegen 18,5 procent in 2012. De rest kwam uit verwarmingsolie en pompcentrales”.
bron: Z24

CSP onder de evenaar

Zojuist las ik het bericht dat de Spaanse firma Abengoa dit jaar bij Santa Elena, in de buurt van Antofagasta in Chili een thermische zonnecentrale gaat bouwen met een vermogen van 110 MW. Even ter plekke kijken met Google Maps leert dat het hier om een woestijn gaat, met andere woorden, met de zoninstraling zit het wel goed. Volgens het bericht behoort dit gebied tot de streken op aarde die het meeste zon ontvangen, iets van 364 dagen per jaar. Gekoppeld aan de opwekkingseenheid (centrale toren omgeven met spiegels) komt een opslag van verzamelde energie. Bron: triplepundit.com

Ik verbruik evenveel stroom als een gemiddelde Indiër

Regelmatig verschijnen publicaties met daarin het elektriciteitsverbruik van het “gemiddelde” huishouden. Nu kijken we in de eerste plaats graag om te vergelijken om ons heen, en in de tweede plaats ziet  niemand zichzelf graag als “gemiddeld’. Hoeveel verbruiken de buren, en hoeveel verbruikt mijn huishouden? Hier is een staatje van jaarlijks ‘gemiddeld’ elektriciteitsverbruik  per huishouden (afkomstig van Shrink That Footprint, kWh; getallen over 2010):

Canada:11.879 Duitsland: 3.512
Verenigde Staten: 11.698
Italië: 2.777
Australië: 7.227
Rusland: 2.419
Frankrijk: 6.343 Brazilië: 1.834
Japan: 5.513 Mexico: 1.809
Groot Brittannië :4.648 China: 1.349
Zuid-Afrika 4.389 India: 900
Spanje: 4.131 Nigeria: 570

Nederland zit in dezelfde divisie als Duitsland, rond 3.500 kWh per huishouden per jaar. Op mijn jaarafrekening van de energieleverancier prijkt 100 kWh in het hoge tarief en 800 kWh in het lage tarief. Bij elkaar 900 kWh. Ik ben dus een gemiddelde Indier! Dankzij mijn zonnepanelen.

 

Wat nu, Hawaii?

Van alle huishoudens op Hawaii heeft tegenwoordig 10% zonnepanelen op het dak. En het aantal groeit razendsnel omdat netstroom duur is en zonnepanelen steeds goedkoper. En de elektriciteitsmaatschappij (een monopolie) heeft kennelijk niet goed de vinger op de pols gehouden. Gevolg: momenten waarop er te veel zelf opgewekte en teruggeleverde stroom het net opgaat en congestie dreigt ververoorzaken. De stroom stijgt de energiemaatschappij naar de lippen bij wijze van spreken. Het is al zo dat men nieuwe, met veel staatssubsidie aangeschafte systemen niet meer aansluit op het net. Men verwacht in het komende kwartaal zodanige voorzieningen getroffen te hebben dat het net al die extra piekstroom aankan. Het verdienmodel klopt door al die zonnepanelen en netinvoieding niet meer helemaal. Het unieke van Hawaii is dat ze geen buurlanden hebben aan wie ze overschotten aan strooom kwijt kunnen, zoals de Duitser hun overschotten duurzame energie eenvoudig kunnen dumpen. In de gaten houden dus. Zou men gratis airco’s gaan uitdelen?
Bron: Al Jazeera America

Zonnepanelen op stadiondak

Ze pakken stevig door, daar in Amsterdam. Op het dak van de Amsterdam Arena worden dit jaar 4.200 zonnepanelen geïnstalleerd, goed voor het opwekken van 10% van het jaarlijkse stroomverbruik. De Arena is niet het enige stadion in ons land dat van panelen wordt voorzien. Euroborg in Groningen heeft afgelopen jaar er een aantal gekregen dankzij particulier initiatief.
gespot op: amsterdamarena.nl